| |
Navigatie
|
|
De Daghap
Maandag, 7 Juli 2008
Mirca [32]
Als er iets het gevoel van geborgenheid overtreft, dat ik als kind op de bodem van het zwembad ervoer, is het wel de vrije ruimte. Ik zweefde in de buurt van een van de satellieten, die Reno in omloop had gebracht, en genoot van het geweldige zicht op Mirca. Wanneer Reno klaar was met zijn reparaties zou Jacob mij terug oppikken. De ruimtepakken van de Vult zijn dun als wetsuits, zodat je dezelfde bewegingsvrijheid hebt als een zwemmer. Alles leek zo vredig en stil. Ik sloot mijn ogen. Wij mensen zijn gemaakt van sterrenstof. Als een stofje zweefde ik gewichtsloos in het oneindige heelal. Hier voelde ik me dicht bij Mirca. Ik zag de beelden weer: We legden haar levenloze lichaam op een bed in de luchtsluis, ze zag er zo vredig uit. Ik sprak enkele woorden. Ze waren van weinig betekenis. Enkel stilte kon uitdrukken wat ik voelde. Jacob hield Koen tegen, die ook wat zeggen wou. Ik zie nog de haat in zijn ogen. Nee Mirca, hij heeft jou niet aan zijn god kunnen overdragen. We hebben je vrij gelaten die dag. Vrij als een stofje in de ruimte, niet langer gebonden door menselijke kortzichtigheid. Je zweeft hier, samen met mij, voor altijd. Jij bent dood, ik misschien onsterfelijk. Is dat niet ironisch? Er ging een steek door mijn hart toen Reno de luchtsluis sloot, en het luik opende. Ik heb niet gekeken toen je lichaam de ruimte in gezogen werd. Je lag er zo sierlijk bij, dat laatste beeld wilde ik bewaren. “He Daniël, je slaapt toch niet?” Ik opende mijn ogen en zag dat Jacob met een schicht vlak naast mij hing. “Is Reno al klaar met zijn reparaties?” “Nee, hij heeft iets nodig uit de Saurus. Ik ga het even voor hem halen. Blijf jij zolang nog wat zweven?” “Genoeg gezweefd voor vandaag, ik kom wel met je mee.” Ik klom via een luik in de schicht en nam plaats naast Jacob. “Waar is Reno eigenlijk mee bezig?” “Wie weet het. Een of andere update van het navigatiesysteem. Ik zie het nut niet in van al die satellieten.”
Terug op Mirca ging ik langs bij Ed voor mijn wekelijkse controle, sinds hij mij injecteerde met zijn ‘teloëdase’. Ik vond Ed in zijn lab. Hij zat voorovergebogen met zijn hoofd in zijn handen. “Alles in orde Ed?” Dokter Sanders keek op. Hij zag opvallend bleek en vermoeid. “Daniël, kom binnen. Ja hoor, alles is in orde. Een korte nacht gehad, dat is alles. Vertel eens hoe voel je je?” “Ik voel me prima. Never better. Maar ik heb al twee dagen een knobbeltje in mijn arm waar je me de injectie gaf.” “Laat eens kijken…” We gingen de ziekenboeg binnen. Ed liet me plaatsnemen in de doktersstoel en stroopte mijn mouw op. Hij voelde aan mijn arm, en het kwam me voor dat hij wat zorgelijk keek. “Wat is het? Dat knobbeltje kan toch geen kwaad?” vroeg ik verontrust. Ed scharde in zijn haar en schudde het hoofd. Het was vast onschuldig. Maar voor de zekerheid wilde hij toch een staaltje nemen, het zou niet veel pijn doen. Ik werd al bleek en duizelig bij de gedachte, en wendde mijn hoofd af toen hij een sneetje maakte in mijn arm. Het deed inderdaad niet veel pijn, maar toch leek het of al mijn krachten uit me weg vloeiden. Ed verbond met zorg mijn arm. Hij zag er echt niet goed uit. Een goede nachtrust, dat was alles wat hij nodig had zei hij. Ik knikte. Een dutje zou ook mij geen kwaad doen. Het leek wel of mijn benen van rubber waren toen ik uit de ziekenboeg stapte. Ik zocht mijn kamer op en ging ontkleed op bed liggen. Hier bevond zich alles wat er restte van mijn aardse bezittingen: wat oude kleren en een polshorloge waarvan de batterijen een half jaar geleden de geest gegeven hadden. De kleren hingen als een wandtapijt aan de muur, het polshorloge lag op een tafeltje uitgestald als een kostbaar relikwie. Het is gek hoe een mens zich kan hechten aan bepaalde dingen, er bij momenten troost uit put. Ik draaide me op mijn zij en trok het laken over mijn schouder en nek. Het wasgoed rook naar wilde bloemen. Dankbaar en genegen dacht ik aan de vrouwen in het dorp, moeders van de ontheemde wezen – ook van mij, ik die oud genoeg ben om man en vader te zijn.
door Vincent Nemo
[ link ] vijftien reactanten
Donderdag, 3 Juli 2008
Mirca [31]
Het geluid van brekend glas komt mij via de traphal tegemoet. Ik sta met rozig pas gewassen vlees, enkel gehuld in een witte pluizige peignoir en een boxershort in de deuropening van mijn suite en houd de adem in. Er klinken gedempte maar duidelijk opgewonden stemmen, gevolgd door een luide vloek waarin ik de stem van Jacob herken. Dan is alles stil. Ik spits nog enkele seconden mijn oren, maar kan geen geluid meer opvangen. Ik loop naar de suite van Reno en bonk op de deur. PAUZE “Reno? Ben je daar?” Ik ga de suite binnen en open de deur van de slaapkamer. Het bed is beslapen, maar van Reno is geen spoor. Ook in de badkamer vind ik hem niet terug. Het raam staat open. Ik loop het balkon op en leun over de balustrade. De buitenlichten branden, en ook in het zwembad zijn de lichten aan, maar er is geen beweging. Een koele wind waait onder mijn peignoir in, en bezorgt me kippenvel. “Wat doe jij hier?” Ik schrik op. Reno staat achter mij. Hij draagt net dezelfde witte peignoir als ik. “Wat is er aan de hand?” “Ik denk dat er inbrekers zijn. Heb je dat lawaai niet gehoord?” “Nee, niets. Laten we maar eens gaan kijken naar die inbrekers van jou, ik kan toch niet slapen.” Reno wandelt op zijn slippers de gang in. Ik loop hem achterop. Trede voor trede dalen we de trap af in onze witte peignoirs en bijhorende teenslippers. Het enige geluid dat ik hoor, is het kletsen van de slippers tegen onze voetzolen – klak klak, klak klak klak. Via de lounge komen we in het onthaal. Daar zien we dat de glazen toegangsdeur is verbrijzeld. “Zie je wel, inbrekers,”zeg ik. Reno knikt. “Daar lijkt het op. Maar hier zijn ze alleszins niet langs naar binnen gekomen,” zegt hij, terwijl een diepe frons zijn voorhoofd tekent. Het is moeilijk te zien tegen de zwarte achtergrond van de nacht, maar Curiosa heeft een dubbele toegangsdeur. Eentje in spiegelglas, en een tweede met tralies. “Dan hebben ze vast de achteringang genomen. Die staat wagenwijd open,” merk ik op. Ik volg Reno via de keuken naar de berging. Van de inbrekers is geen spoor te bekennen. We gaan via de achterdeur naar buiten. De stilte van de nacht wordt begeleid door het gekras van duizenden krekels. Op de parking zien we naast onze voertuigen nog twee auto’s staan. Een ervan is de Mercedes van mijn vader.
door Vincent Nemo
[ link ] veertien reactanten
Maandag, 30 Juni 2008
Nog steeds was ik verliefd op haar
Hoewel verliefd misschien een groot woord is, ik vond haar eigenlijk meer aantrekkelijk. Beter of preciezer was eigenlijk, dat ik haar graag zou willen neuken. Dát was het. Niet in de liefdeloze zin van het woord, dat was het niet, ik wilde haar neuken om dicht bij haar te zijn. Zodat we elkaar niet meer uit het oog zouden verliezen, zodat ik op de hoogte kon blijven van wat zij zou gaan doen, en ik haar steeds kon vertellen waar ik mee bezig was. Maar deze hang naar harmonie werd toch vooral in mijn brein vertaald als een enorme drang haar te neuken.
Ze is bijna net zolang als ik, heeft de grappigste neus die een vrouw hebben kan, eigenlijk iets te groot om charmant te zijn, maar mobiel genoeg om haar uitdrukkingen van plezier met lachwekkende rimpeltjes kracht bij te zetten. Knap, hoe vrouwen zomaar hun neus kunnen samentrekken! Mooie blauwe ogen, een mond -die net als alle andere dingen aan haar- vrij groot is, maar verhoudingsgewijs correct. Haar oren ken ik niet zo, misschien omdat ze daarmee niet zo luistert als ze met haar ogen kijkt, of lacht zoals ze met haar neus soms doet, ja, het valt me op dat wat luisteren betreft, luisteren van haar kant dan, dat niet het allersterkste punt is in de toekomst voor ons tweeën. Ze heeft wel een beetje een dikke reet. Niet echt dik, vies dik, maar meer iets dikker dan strikt noodzakelijk. Ze zou heel makkelijk een minder dikke reet kunnen hebben, en dat zou haar best staan.
Maar; neus, ogen, mond, tieten, benen, geen dikke buik, een kleine voorzichtige hint van wat ooit zwembandjes kunnen worden, dat wel, maar ogen dus, mond, tieten, benen, handen, buik, lang haar, een geweldige persoonlijkheid en sprankelende manier van bewegen, ongedwongenheid en een aanstekelijke levenslust, oog voor mij en een onbetwistbare kennis van theater, dat had ze en dat zat goed.
Ik moest auditie doen voor een toneelstuk en was uitgenodigd voor die maandag in mei. Het was warm en druk, de ramen gingen dicht, de voorste rijen zaten vol met kandidaten in zomerkleding ik zat ertussen en keek naar haar. Ik wist wel waarom ik daar zat. In mijn gedachten wist zij dat ook. Er werden dingen uitgelegd en doorgenomen, doelen besproken, tekst uitgedeeld en groepjes gemaakt. Ik droomde weg. Ik moest spelen, dat was nog echt, ik moest spelen en deed het goed. Ik gebruikte mijn tekst, deed mijn best, mensen moesten lachen, werden gechoqueerd, vroegen zich af in hoeverre ik ‘mezelf liet zien’ etc. Een paar keer op, een paar keer af, terug naar je stoel luisteren en ik.. Ik stond op en liep naar voren. De toneelvloer op, richting haar. De rest van de mensen ging zitten of verdween. Glazig keek ze me aan.
Ik zeg iets, ik zeg iets wat betekent: ‘Nu, jij en ik, met wederzijdse instemming neuken, komop je wil het, ik weet het,” en zij reageert in overeenstemming met de bedoeling van de tekst. In een blik van verbazing waar ik in verdrink zwem ik rond om op te duiken en ons samen naakt op de grond te zien liggen. Er staat een gele spot aan, ik zie het aan haar haar en de kleur van onze lichamen. Mijn lul zwelt ongecontroleerd op als koolzuurschuim uit een geschudde colafles, als de staart van Teigetje uit Winnie the Pooh, hard genoeg om op te springen, flexibel genoeg om mee te veren. Met mijn hand soms in haar nek, of op een borst, rollen we schreeuwend als idioten rond, een wirwar van haren en vlees, van vloeistof vooral, botsen we soms tegen de muur –op een betámelijke manier- soms tegen een stoel, maar vooral botsen we tegen elkaar. Ik kronkel zoals zij kronkelt, terwijl de blik in haar ogen leiding van mijn kant lijkt te suggereren. We hebben het warm, zij heeft nog een sok aan die ik met mijn linkerhand verwijder.
Dan het moment. Aan het einde van de toonladder, als de noten zo hoog worden dat je ze niet meer kan horen, dat de haren in je nek omhoog gaan staan, als iedere noot er een te hoog wordt, knap ik. De poorten staan open, een stortvloed aan zaad stroomt haar binnen en blijft stromen. Als verbaasd staar ik naar mijn onderbuik waarvandaan de stroom blijft komen. Het is lastig mijn lul in haar te houden, langs de zijkant gaat het lekken, ik blijf geven, het blijft stromen; houdt niet op. Ik kijk naar haar, haar middel zwelt op, met twee handen zet ze zich liggend op de grond schrap, gaat meer rechtop zitten zonder me eraf te willen duwen maar vervuld van net zoveel verbazing als ik terwijl het zaad door blijft stromen. Niet golfsgewijs of met de gebruikelijke samentrekkingen, meer als een ballon die je onder de kraan houdt om te vullen, als een magneetzweeftrein die blijft versnellen, als een thermonucleaire ontploffing die door blijft razen. Mijn adem gaat zwaar. Uit haar mond hoor ik een zacht piepje. Ik adem in, adem uit, in rustig tempo, ben opgehouden met schreeuwen, en in een bevredigende zucht is het klaar. Ze staat op als een kind dat zijn T-shirt gebruikt om een grote knikkerverzameling meet te nemen, de onderkant van het shirt gebruikend als een kangoeroebuidel en als ze eenmaal op twee benen staat is er het geluid van een emmer die leeggegooid wordt. Ik schaam me niet, die bandbreedte heb ik helemaal niet, ik zit midden in het moment.
Mijn naam. Een zwaaiende hand voor mijn gezicht. Iemand tikt me aan, en plotseling let ik op. Ze praat tegen me. Ze is zo mooi. Ik mag haar zo graag. Ze vraagt waar ik dan toch aan dacht.
“Ik wil misschien wel vader worden,” zeg ik. “Die rol wil ik.”
door Jean-Jacques Appelquebaque
[ link ] 17 reactanten
Vrijdag, 27 Juni 2008
Mirca [30]
Die nacht lig ik halfdronken in bed, wakker gehouden door een hoofd vol gedachten. Een nieuw leven, een nieuwe start. Het idee komt me op een verontrustende manier aanlokkelijk voor. Hoe vaak heb ik me niet verbeeld een wraakengel te zijn die de Aarde moet bewaren door de mens nederigheid en een geweten te slaan. In gedachten heb ik de mens heel wat verwenst, maar ik ontzag altijd de mensen die ik lief heb, daarin school mijn onrechtvaardigheid. Mijn ouders, mijn vrienden, zij bleven van mijn wraak gespaard.
Ze zeggen dat onze planeet een zelfregulariserend ecosysteem is. Is wat er gebeurde het gevolg van het inherent streven naar zelfbehoud van de natuur? Als het zo is, dan kan ik daar vrede mee nemen. De natuur is niet wreed, niet zelfzuchtig, maar onverschillig en onschuldig. Als de hypothese van Reno en Ed echter correct mocht blijken, verandert dat de zaak. Ik knel het hoeslaken in mijn gebalde vuisten bij deze gedachte. Als een bende buitenaardse klootzakken verantwoordelijk is dan zal ik ze nog wel krijgen! Ik zwier met mijn vuist door de lucht en stoot daarbij het lampje op de grond dat op mijn nachtkastje stond. Geschrokken van de slag ga ik rechtop in bed zitten. Ik knip het grote licht aan en raap het nachtlampje van de grond. Het is een ruime suite waar ik de nacht doorbreng, suite 32. Reno slaapt iets verderop. Ik weet niet of Jacob al gaan slapen is. Toen Reno en ik het voor bekeken hielden zat hij languit in de lounge met een glas cognac, en had hij net een sigaar opgestoken. Als die zatlap maar niet in slaap valt met die brandende sigaar...
door Vincent Nemo
[ link ] zestien reactanten
Woensdag, 25 Juni 2008
Advertentie
door Spencer Brandsen
[ link ] dertien reactanten
Maandag, 23 Juni 2008
Pietenprotest
Wij spraken met Piet Pieters, voorzitter van de onlangs opgerichtte Vereniging Landelijk Pietenprotest [VLPP].
Meneer Pieters, hoe bent u gekomen tot.., nee, laat ik het anders zeggen, vanwaar de oprichting van.., nee, ik zal het anders formuleren: hoezo een Landelijk Pietenprotest en wat houdt het in?
Het houdt in dat wij het nu eindelijk beu zijn. Beu om altijd maar weer belachelijk te worden gemaakt en als minderwaardig te worden beschouwd. Maar wij pikken het niet langer en gaan in de tegenaanval. Want de tegenaanval is de beste verdediging.
Maar wat zijn dan precies uw grieven, nee, laat ik het zo zeggen: waarom heeft u het idee dat u niet voor vol wordt aangezien?
Nou, dat lijkt me toch duidelijk! Onze naam wordt te pas en te onpas in relatie gebracht met allerhande negatieve zaken, terwijl wij statistisch vol - komen normaal zijn en dus geen enkele aanleiding geven !
Eh, ik ben bang dat ik niet.., nee, ik zal het anders formuleren: ik begrijp niet waar u het over heeft..
O, begrijpt u dat niet? Bent u dan onbekend met de uitdrukking 'voor Piet Snot staan'? PIET Snot ja, geen JAN Snot! Dat betekent dat je een mal figuur slaat! Bij Swiebertje had je vroeger ook een halve gare die Malle Pietje heette! Malle PIETJE! En wat denkt u van het werkwoord 'verpieteren'? Het eten staat te 'verpieteren'! Of van 'iemand de Zwarte Piet toespelen'? En over Zwarte Piet gesproken: dat is een neger en de knecht van een blanke! Of dat men zegt dat iemand 'zich een hele Piet voelt' waarmee bedoeld wordt dat deze zich ten onrechte staat aan te stellen ! En dan 'pieterig': 'bn., bw. [klein, min, tenger]: een -ventje'! Om nog maar te zwijgen van 'pietepeuterig'! Pietepeuterig! Overdreven precies! Ook al niet goed! Moet ik nog verder gaan?!
Nee, eh, het is wel duidelijk zo, maar vindt u zichzelf niet een heel, heel klein beetje piet.. nee, laat ik het..
U wou 'pietluttig' zeggen hè? Pietluttig! Kleinzielig en benepen!
Welnee, ik zocht gewoon naar de juiste uitdru..
Helemaal niet! U wou 'pietluttig' zeggen!
Goed, okee, ik wou inderdaad 'pietluttig' zeggen, maar dat is toch een hele gewone..
Ja ! Heel gewoon ja! Het interview is nu afgelopen! U kunt vertrekken!
Goed, goed, maar ik wil graag nog even controleren of ik uw naam juist gespeld heb want daar ben ik nogal een Pietje Precies in..
Eruit!!
door Spencer Brandsen
[ link ] 17 reactanten
Donderdag, 19 Juni 2008
De achterblijver
Het smegmanaat rukt uit. Daar wenkt de rood aangelopen schaamstreek reeds in de onmiddellijke nabijheid. De balzak staat strak als slecht gerecycleerd karton. De eikel verheft zich fier in den hoge. Het apparatski werkt zonder fout. Met groot genoegen stellen de ogen vast hoe potent de steekstok zich deze keer aandient: klaar voor de strijd, heet en gereed.
De krullen op zijn hoofdhuid worden uit model gebracht. Het zijn haar handen die glijden, ranke vingers die de bossages krachtig naar boven trekken. Zijn oogleden gelijken op die van haar op dit moment: een beetje te kort, niet tot toegevingen bereid. Uit de monden vallen longstooteeuwen. Stoten die tevergeefs tijd willen kraken. Haar met een gele vlinder getatoueerde enkel wrijft tegen de zijne, niet één keer maar steeds opnieuw. Het lijkt een detail maar dat is het niet. Zonder enkelintimiteit is er niets.
Het hof van haar borsten is uitgestrekt. Het is een domein dat net is overgegaan op heer tong. Zijn smaakpapilsoldaten rekenen de parfumlady in. Haar zweem wordt gevangen in de kerker van z’n hoofd maar op de een of andere wijze kan het de hengsten bevrijden, paarden die in wilde galop de uitgestrektheid zoeken en uitzwermen tot in het puntje van z’n oorlelletjes waar ze ter plaatse stampederen. Ze willen weg, z’n lijf is te benauwd.
Bloed borrelt in een pannetje op een gigantisch houtskoolvuur op een wit strand bij zonsondergang. De eikelmond hapt. Hij hapt gretig naar het bolle hoofdje boven haar verrukkelijke ingang. Hij kust vluchtig de deurbel van de hemel en de hemel zegt hallo, lieverd in sapjesvorm. Het sap, zo herinnert zich de tong, is het smakelijkste wat er op deze aard bestaat, maar nu even niet zeggen de hersenen, nu even niet. De controlekamer beveelt het begin van het steekspel.
Het heien vangt aan. De flanken van de fluit blinken in geen tijd als net blootgelegd goud in blakende zon. Haar wijsvinger en duim, beide nat, vangen zijn tepels die tegenspartelen, die zich willen onttrekken aan onontkoombaar genot. Zijn mond dropt een o, lost dan een a, langgerekt. Een moker treft de binnenkant van zijn slaap. De spieren van z’n billen trekken samen, ontspannen zich, trekken opnieuw samen en ontspannen. Hard. Alles aan hem, in hem is hard.
Z’n rechtertepel wordt bevrijd. Haar vrij gekomen hand wordt vlakte, waarmee zij snel net onder z’n navel drukt. Hij ziet haar lippen schalks glimlachen. Z’n hersenen tieren kalmte, zen, stilte, kerkhoven, schoonmoeder, pi tot de zevende macht, Ballack. Maar het knijpen is er al, de spasmes, het snel vlieden der beheersing. Hij is helemaal in haar. Schaamhaar. Ontoerekenhaar. Onhandelhaar.
Een horde wilde beesten dendert zijn enge tunnel uit. Woest banen ze zich een weg, palmen ze haar koker in.
Ineens, out of the blue, komen z’n traanklieren in opstand.
“Zonder mij” laat z’n stem zich ontvallen. “Hoe is het mogelijk dat Nederland zo fantastisch voetbalt zonder mij?”
door GDB
[ link ] 17 reactanten
Dinsdag, 17 Juni 2008
Mirca [29]
Terug bij het hotel gekomen staat de zon al laag aan de horizon. Ik wandel achterom en vind de achterdeur wagenwijd open. Via de trap kom ik in de keuken. Hier tref ik Reno die een omelet met tomaat en spek aan het maken is. “Ah, Daniël! We vroegen ons al af waar je bleef. Heb je honger?” “Ja, eigenlijk wel. Waar is Jacob?” “O, die loopt hier ergens rond. Hij is al in de sauna en het zwembad geweest, ik vermoed dat hij nu de bar aan het proberen is. Waar zat je?” “Ik ben de buurt gaan verkennen. We hebben een buurman. Hij woont hier een halve kilometer vandaan. Het nieuws van de pandemie had hem niet bereikt. Hij wist van niets.” “Veel nieuws is er niet over verspreid, daarvoor ging het allemaal te snel. Heb je ‘m niet meegebracht?” Ik schud mijn hoofd. “Hij wou niet. Hij leek behoorlijk aangedaan, al geloofde hij niet alles wat ik hem vertelde.” Jacob schraapt met een schep over de bodem van de pan en draait het gasvuur uit. Ik neem de broodzak die op het aanrecht ligt en volg Reno door de dubbele klapdeur naar een grote, erg gezellig ingerichte eetruimte, verlicht met talrijke goudgele lampjes. De eetruimte is door een grote glazen wand gescheiden van het zwembad en de serre. Reno zet de pan op tafel. “Heb je Ed aan de lijn gehad?” “Dokter Sanders nam de telefoon niet op. Misschien is hij al onderweg. Ik probeer hem later nog wel eens te telefoneren. Jacob! Kom je?” Jacob staat achter de bar. Hij bestudeert de fles wijn in zijn hand. “Ja, ik kom er aan!”
We eten gulzig. Hoewel sober, smaakt het eten me opperbest. Jacob schenkt gul de glazen bij. Wanneer de eerste fles leeg is haalt hij een tweede. Ik ben al snel dronken. De zon is onder gegaan, op het domein van Curiosa zijn er tientallen buitenlampjes ontstoken. Het zwembad baadt in een zachte rode gloed. Wanneer Jacob wil bijschenken houden Reno en ik een hand boven ons glas. “Wat nu? Van waar die lange gezichten? Kom, drink wat wijn, de avond is jong en de wijnkelder barst uit haar voegen! Nee? Nu ja, jullie moeten het zelf weten. Ik kan deze fles best alleen soldaat maken. Ha! Ja ja, jij bent helemaal voor mij alleen!” Jacob giet zijn glas tot aan de rand vol en drinkt het in één teug leeg. “Aaaah! Zeker dat jullie geen glaasje willen? Ho maar, je hoeft mij niet zo vuil aan te kijken.” Jacob zet zijn glas met kracht op tafel, gaat op zijn stoel staan en declameert met zijn hand op het hart: “In dat gedeelte van het boek mijner herinnering, waaraan niet veel dat lezenswaard is voorafgaat, bevindt zich een opschrift dat luidt: Incipit vita nova – Hier begint het nieuwe leven!” Reno en ik kijken Jacob een ogenblik met open mond aan. Dan zien we dat wat Jacob net declameerde in sierlijke letters achter ons op een muur geschreven staat, ondertekend met Dante Alighieri. Jacob klimt van zijn stoel en gaat terug aan tafel zitten. Hij giet zijn glas nog eens vol. Reno en ik volgen in stilte zijn bewegingen.
door Vincent Nemo
[ link ] zestien reactanten
Vrijdag, 13 Juni 2008
Verroest
Er was eens een oude auto waarop de tijd duidelijk haar sporen had achtergelaten: verf was er niet meer te bekennen en tot in de kleinste hoeken en gaten heerste de roest. De auto voelde zijn einde naderen en zei tot de roest: als je zo doorgaat is er binnenkort niets meer van me over en dan is het ook met jou afgelopen. Want als jij helemaal mij bent geworden zal ik uit elkaar vallen en jij dus ook. Nu ben je nog een samenhangend geheel, maar dan zal je nog slechts uit miljoenen kleine roestdeeltjes bestaan die door de wind de vergetelheid in zullen worden geblazen. Dat schiet niet op, dus je kunt beter ophouden met je uit te breiden. Daar zit wat in, zei de roest, maar ondertussen ging hij gewoon door met waar hij al die tijd al mee bezig was, want zo is roest nu eenmaal, het zit in hun aard en ze kunnen er niets aan doen. Dus viel de auto al snel helemaal uit elkaar en de roest dus ook. Binnen de kortste keren waren de roestdeeltjes over een grote oppervlakte verspreid en als je heel goed luisterde kon je op allerlei eenzame plekken een zacht geweeklaag horen: papa.. mama.. waar zijn jullie? Ik wil naar huis.. Maar er was niets meer aan te doen.
door Spencer Brandsen
[ link ] 37 reactanten
Woensdag, 11 Juni 2008
Mirca [28]
Wanneer we aan het einde van de holle weg zijn gekomen zien we het kuurhotel Curiosa liggen, badend in het zonlicht. Achter het complex, dat voorzien is van een enorm groendak, verrijst de windmolen die we op de snelweg al hadden zien staan. De meterslange wieken draaien gezapig in de wind. “Het ziet er verlaten uit,” zegt Jacob. “Laat ons hopen,” zeg ik, “ik vrees dat we niet kapitaalkrachtig genoeg zijn om hier een verblijf van onbepaalde duur te boeken.” Jacob rijdt de parking op. Aan de achterkant loopt het hotel uit op een grote glazen constructie waar een zwembad en een serre in ondergebracht zijn. We stappen uit en nemen even de tijd om het gebouw langs alle kanten te bekijken. Reno schat de capaciteit op zo’n vijftig gasten. “Ik ga een telefoontoestel zoeken om dokter Sanders te laten weten dat we gearriveerd zijn,” zegt Reno. “Heb je geen gsm?” vraagt Jacob. “Het mobiele netwerk ligt al sinds gisteren plat. Heb je dat nog niet gemerkt?” Jacob neemt zijn gsm uit het zakje dat hij aan zijn broekzak heeft hangen. Op mijn opmerkingen dat hij er zo uitziet als een loser heeft hij nooit acht gegeven. Nee, imago is voor Jacob geen zorg. “Inderdaad, geen verbinding,” zegt Jacob, terwijl hij met zijn mobieltje zwaait. Naar de mijne hoef ik niet te kijken. Die ligt thuis op de schoorsteenmantel. Het is een verouderd model, veel te groot om in je broekzak mee te dragen. De manie om altijd en overal bereikbaar te zijn heeft nooit echt vat op mij gekregen.
We wandelen samen naar de ingang van het hotel. De toegangsdeur blijkt echter gesloten. Jacob wil onmiddellijk de glazen deur inslaan, maar Reno houdt hem tegen. Een gesloten toegangsdeur kan van pas komen om andere gegadigden af te schrikken. Reno probeert een achterdeur, maar ook die is gesloten. Dit keer mag Jacob wel zijn gang gaan. Hij heeft de kei waarmee hij de toegangsdeur te lijf wou gaan nog in zijn handen. Die blijkt echter van weinig nut bij de metalen achterdeur. “Wacht even,” zegt hij, en hij loopt terug naar de parking. Even later keert hij terug met een koevoet die hij uit het grootwarenhuis heeft meegenomen.
Terwijl Jacob zijn gang, gaat wandel ik wat rond op het domein. Een verzorgd pad komt langs een meer met een houten aanlegsteiger en een aantal roeibootjes. Wat verder kronkelt het door een bosje, en loopt met een boogbrug over een bergriviertje. De warmte van de avondzon maakt me slaperig. Ik zet me op een bankje en doe mijn ogen dicht. Mijn sluimer wordt begeleid door het opgewonden gekwetter van vogeltjes. Af en toe weerklinkt het wieken van eenden en ganzen, die zich bij het meer verzamelen. Zo zou ik uren kunnen blijven zitten, de ogen dicht en luisterend naar de geluiden van de natuur. De houten bank wordt echter al snel onaangenaam. Ik heb te weinig vlees rond mijn botten om comfortabel op een harde bank te zitten. Verandering van positie geeft me een beetje respijt. Nog eventjes houd ik de ogen dicht. De slaap is dichtbij, maar ongrijpbaar. Plots hoor ik in de verte iemand fluiten. Ik open mijn ogen. Het fluiten gaat vrolijk verder. Tenzij een echo me in verwarring brengt komt het geluid niet van Curiosa, maar van de andere kant van het bos. Meer nieuwsgierig dan geschrokken sta ik op om naar de fluiter te zoeken. Ik volg het pad tot ik het bos uit kom. Een vijftigtal meter verder staat een klein huisje. Langs het huis staat een man over de geopende motorkap van een auto gebogen. Hij richt zich op, fluit nog eens en krabt zich aan het achterhoofd. Dan ziet hij mij staan. We kijken elkaar een ogenblik aan. Ik overweeg om terug het bos in te gaan, maar de man steekt zijn arm in de lucht en wenkt mij om dichterbij te komen. “Goeieavond daar! Kom, kom!” roept de man vriendelijk. Ik wandel dichterbij. “Jij komt zeker van het hotel, is het niet? Chique bedoening hoor, heel wat anders dan mijn stulpje!” zegt hij grijnzend en wijst op het huisje dat er weliswaar klein maar niet onaardig uitziet. De man is nog jong. Ik schat hem zevenentwintig. Hij veegt zijn handen af aan een oude stoflap en steekt een hand naar me uit. “Mijn naam is Ruben!” “Ik ben Daniël,” zeg ik en druk zijn uitgestoken hand. “Vertel dan eens, wat brengt jou hier beste kerel? Kom, zet je, het gebeurt niet zo vaak dat ik hier mensen zie. Wil je een biertje?” Ik knik en zet me op het muurtje. Ruben gaat het huisje binnen. Een ogenblik later komt hij buiten met twee biertjes in de hand, en zet zich naast me. “Ik kom van S_,” zeg ik nadat ik een slok van het koele bier genomen heb. “Nou, dat is een eindje. Je bent toch niet te voet gekomen?” “Nee, we zijn met de auto. We staan geparkeerd aan Curiosa.” “Zo. Daar valt nog niet veel te rapen hoor. Curiosa opent pas volgende maand haar deuren.” “Ja, dat weet ik. Het leek ons een goede plek om… Wel ja, het leek ons een ideaal toevluchtsoord, gegeven wat er in de wereld omgaat.” Ruben kijkt mij vragend aan. “Wat gaat er in de wereld om?” vraagt hij met een zweem van achterdocht in zijn stem. “Heb je de tv of de radio niet eens opgezet? Ben je het dorp nog niet ingereden?” Ruben lacht. “Ik heb geen tv of radio. En mijn auto is kapot. Vertel eens, wat is dat nieuwtje dat je voor me hebt. Wil je nog een biertje?” Ruben heeft zijn flesje in een paar teugen leeggedronken. Ik zit amper in de helft van het mijne, en schud mijn hoofd. Ruben gaat het huis terug binnen. Ondertussen overdenk ik hoe ik hem het best vertel dat de mens nagenoeg is uitgeroeid door een vreemd virus, en dat de verstandigste mensen die ik ken denken dat het om een buitenaardse aanslag gaat? “Wel?” vraagt Ruben, nadat hij opnieuw naast me is komen zitten, “wat gaat er in de wereld om?” “Het overgrote deel van de wereldbevolking is dood, uitgeroeid door een mysterieus virus. Dokter Edwin Sanders en majoor Reno Pisman denken dat het om een buitenaardse vergeldingsactie gaat naar aanleiding van een uit de hand gelopen militair experiment,” zeg ik in één adem. Ik had het zinnetje al een paar keer in mijn hoofd gerepeteerd. “Je maakt een grapje? Ha, hahaha, je maakt een grapje!” Ruben geeft me een klop op de schouder. “Jij bent een grapjas! Ha, ja, ik houd wel van een grapje. Haha.” “Nee, het is geen grapje. De doden zijn meer dan reëel, ik heb ze in de straten zien liggen, ik heb er daarstraks zelfs een aantal begraven. Over die buitenaardse vergelding heb ik wel mijn twijfels...” Ruben kijkt me onderzoekend aan. “Een ogenblikje,” zegt hij dan, en gaat opnieuw het huis binnen. Vijf minuten later komt hij weer naar buiten. “Luister,” zegt hij, duidelijk aangeslagen, “ik probeerde net het ziekenhuis te bellen. Toen ik daar geen gehoor kreeg probeerde ik de politie en vervolgens de brandweer… Ik kreeg nergens gehoor.” “Nee, natuurlijk niet. Maar waarom belde je de hulpdiensten?” “Om na te vragen of er ergens een gek ontsnapt is. Haha, hahaha!” Ruben klopt me nog eens op de schouder. Dan verdwijnt de glimlach van zijn gezicht. Hij staart een tijdje somber in het dal. “Je lijkt me niet gek, Daniël.” “Hmm.” “Dat de hulpdiensten mijn oproep niet beantwoorden is hoogst merkwaardig.” “Gezien de omstandigheden is dat niet meer dan normaal.” “Maar ik kan niet geloven wat je me vertelt.” “Ik zou het ook niet geloven.” Ik zet het lege bierflesje neer en sta recht. “Bedankt voor het bier, Ruben. Mijn vrienden en ik verblijven voorlopig in Curiosa. Je bent van harte welkom.” We geven elkaar een hand. Ruben knikt, maar zegt geen woord. Ik laat hem in een bedrukte stemming achter en wandel terug naar Curiosa.
door Vincent Nemo
[ link ] 25 reactanten
Maandag, 9 Juni 2008
Jung en toch nooit jong
Goedendag, beste toehoorders. Na mijn speech over “Obesitas ofte nijlpaarddik worden: het hoe, het waarom?” wil ik het vandaag over Carl Jung hebben. De vraag die ik aan jullie, clevere bejaarden van deze schitterende gemeente, wil voorleggen is: Is Carl Jung ooit jong geweest?
Sommigen beweren van wel. Zij zeggen dat Carl Jung speelde. Dat Carl, toen hij Carltje was, vrij van zorgen was. Dat het mannetje rap vergat. Dat hij onbezorgd door het leven stapte. Dat Carl Jung met andere woorden een normale jeugd heeft gehad en jong was als geeneen.
Ik ben evenwel niet hun mening toegedaan. Verschillende bewijzen staven mijn boude, vernieuwende theorie en ik ben hier in het Spoor, het fantastische ontmoetingscentrum van Harelbeke, om jullie die één voor één uit de doeken te doen.
Dank u wel, tussen haakjes, Socialistische Mutualiteit voor deze kans uit de duizend. Hartelijk dank dank dat ik m’n ding mag doen! Mochten jullie willen drinken terwijl ik m’n bewijzen opstapel, gaat u gang, beste mensen. De bar bevindt zich achterin links.
Jung is oud geboren. Niet voor niets staat een foto van de zesjarige Carl Jung op Wikipedia met daaronder de veelzeggende tekst: de zes jaar oude jong, excuseert u mij, Jung bedoel ik. Wikipedia, voor zij die niet met hun tijd mee zijn, is een encyclopedie op de computer. De computer is een soort ijskast waarin alle kennis van de wereld vers gehouden wordt. Laat ik terugkeren naar m’n eerste van vele bewijzen: waarom heeft de auteur van de tekst op Wikipedia niet gekozen voor de ondertitel: de zes jaar jonge Jung? Ha haa! Ha haa! Omdat Jung oud is geboren, tiens!
Voor ik verder ga met m’n betoog schets ik even de achtergrond van Jung. Jung is geboren in Zwitserland. Zwitserland staat voor hoge bergen en diepe dalen. Mensen leven doorgaans in dalen omdat op bergen veel lawines voorkomen. Zwitsers zien tegen bergen op. Zwitsers eten kaas met gaten. Door die gaten kan je lelijk vallen en je heup breken. Oei. Oei. Joeing, pardon, Jung werd temidden van die afschuwelijke gaten en bergen en dalen geboren. Zijn moeder was van rijke afkomst maar het mens raakte aan lager wal nadat zij in het huwelijk met een dorpsdominee was getreden. De domi domi nee, de domi domi nee, en zijn wijf die had een hete snee, een heeeete heeeete sneeee! Ha haa! Ha haa! Al maar goed dat we nog eens kunnen lachen, hé?
Terug ernstig nu: Emilie heette de moeder van Carl Jung. Het was een bijzonder gek mens en waarschijnlijk het product van incest. Incest is geen insect, zoals sommigen onder jullie denken. Sommige insecten prikken, incest niet, of toch: anders. Er is sprake van incest en geen insect wanneer familieleden seks met elkander hebben. Seks: jullie herinneren het jullie vast en zeker. Voor zij die vertrouwd zijn met de blauwe pilletjes en niet vergeten hen te slikken: foei, stouterds! Ha haa. Ha haa. Aheum.... waarom vertel ik jullie over incest? Wel, Emilie had een nachtzijde. Nachtzijde is een stokoud woord. Het staat voor het vrouwelijke equivalent van het Jekyll and Hide syndroom. Niet dat jullie in de verste verten snappen waarover ik het heb waarschijnlijk maar kom, laat ik het erop houden dat Emilie zich ‘s nachts helemaal anders gedroeg dan overdag. Overdag lag zij namelijk de hele tijd met haar lam gat in bed en ‘s nachts niet. Normaal kan je dat niet noemen.
Dat deed de jonge Jung dan ook niet. Hij brulde meer dan eens tegen z’n moeder: “Zotte klink! Doe eens normaal!” Doch het mocht niet baten. Zeggen tegen een zottin dat zij normaal moet doen is als een debiel aanmanen om toch maar de relativiteitstheorie onder de knie te krijgen. Of vragen aan een mens die op een nieuwe heup wacht te beeboppen. Gaat ook niet, hé? Neeee eeeee! Allemaal! Komaan: Neeeeeeeee! Goed zo! We leven nog, wij leven! Lacht en drinkt, gij allen, voor u met uw protheses de afgrond in sukkelt! Jung leed heel erg onder die situatie met zijn mama. Op Jungs jonge schouders rustte meteen een zware last. Tweede bewijs dat Jung jong oud was.
Thuis was de situatie niet rooskleurig maar ook op school had hij het moeilijk: Jung werd er gepest. Ooit duwde een klasgenoot hem op de grond en Jung verloor het bewustzijn... Ja, mijnheertje, gewoon blijven doorgaan... achterin ja, steeds recht door wankelen, ja: daar kunt u een biertje drinken, goed zo. Mocht iemand dorst hebben: feel free! Sorry. Geen Engelse termen vandaag hebben de rooie rakkers gevraagd. Ik bedoel maar: krijgen jullie dorst van Jung, strompel dan gerust naar de toog. Achterin links, ja. Denk aan mij: ik krijg een procent op elk biertje dat verkocht wordt. M’n veertien kinderen moeten ook leven. Ik zwijg nog over m’n wijf! Als zij gaat winkelen met m’n bankkaart kan ik twee maanden voor niets gaan werken!
Waar was ik gebleven? A ja, Jung werd op de grond geduwd en hij was knock-out. Van toen af kon Jung niet meer naar school. Want telkens hij nog maar aan de schoolbel dacht ging ie gelijk pleite. Verontschuldiging: hij kreeg tereke een appelflauwtje, hij ging van z’n stokje, hij zwijmelde ter aarde. Wat? Ja, ja, ik spreek Nederlands. Ik hoop van jullie hetzelfde, dank u.
Jung kon dus niet meer naar school. Dat maakte hem oud. Oud oud oud. In die zin had hij beter Carl Alt geheten. Een mens heeft echter z’n naam niet voor het kiezen. Wie in deze zaal zou graag ook een andere naam hebben? Ja, mevrouwtje? Ja, jij daar, op de laatste rij! Wees niet verlegen, hoe zou jij graag heten? Kust mijn kloten zeg je? Wat een originele naam! Een applausje voor madam!
En vergeet niet bij te tanken af en toe, mensen. Er is Duvel, er is Tripel, er is Leffe van het vat, Palm, Jupiler, Westmalle, La Chouffe et la Grande Bouffe. Als is dat laatste geen bier, het is een uitstekende film waarin mensen enorm veel eten en drinken en erg stinkende en lawaaierige scheten laten en dan op een drafje de pijp aan maarten geven. Een beetje zoals jullie nu, ha haaa. Ha haa! Ja, een wetenschappelijke uiteenzetting houden met een vleugje humor: het is weinigen gegeven!
Jung sloeg onverhoops toch aan het studeren. Binnenkamers. Stiekem. De Latijnse grammatica, wat spraakkunst betekent - iets wat de meesten onder jullie niet meer beheersen - ha haa grapje - heeft hem erbovenop geholpen. Hij sloeg drie keer met z’n zwaar hoofd tegen de rand van het bureau van zijn pa terwijl hij zich over de boeken boog, maar kleine Carl was een doorzetter. Hij moest koste wat het kost het Latijn beheersen! Om dat te bereiken viel hij niet meer flauw. Dat was maar goed ook want als je om de vijf minuten flauw valt komt van studeren niets in huis. Daarbij: als je Latijn studeert komt de koppijn vanzelf.
De meeste jongens van z’n leeftijd zouden blij geweest zijn dat ze niet meer naar school moesten. Jung niet, Jung trachtte z’n probleem, het flauw vallen, te overwinnen. Met de grootste mentale kracht plus een paar kanjers van hoofdwonden slaagde kleine Carl daarin. Later bedacht hij een naam voor z’n rare ziekte: neurose. Neu- ro - se. Zeg mij na: neurose. Neurose is een beetje hetzelfde als couperose. Jullie kennen dat vast: rooie plekken in het gezicht. In jullie geval is dat van te veel te zuipen. Wel, Carl Jung had rooie plekken op z’n hoofd en van boven was ie nat. Waar jullie onderaan nat zijn, was de jonge Jung van boven nat. Wat was er aan het handje met Carl? Heeft iemand hier goed opgelet? Nee? Z’n hoofd bloedde, mensen. Dat krijg je als je je bobberd heel hard tegen het bureau van papa stoot.
Ik heb hierbij hopelijk aangetoond dat Carl Jung erg veel last had van ouderdomsverschijnsel op jonge leeftijd. Jung was heel vroeg stokoud. Onthoud twee woorden: Jung oud. De jongen groeide en groeide desalniettemin en transformeerde in geen tijd van kneusje tot supergeleerde. Wat zeg je? Je begrijpt mij niet? Houd vol, mijnheertje, het einde is in zicht. Nee, ik geef geen uitleg meer, ik heb ook dorst, weet je. Nee, natuurlijk niet, ik begrijp ook het meeste niet wat ik hier uit m’n kloten sla. Ha haa. Ha haa! Grapje! Ik heb het niet over m'n dorst.
Carl Jung werd specialist in de hoofdologie, de wetenschap die in de hoofden van de mensen kijkt. Jungs faam werd zo groot dat de hele wereld hem algauw in de armen sloot. Je reinste poëzie, man! Tot in het verre China toe spraken zij van Jung, waar de minster van geboortebeperking tot op heden nog altijd Bangvanjung heet. Ha haa! Ha haaaaa! Gotchaa! Miljaar, ik mocht geen Engels gebruiken. Nu ja. Tant pis, Tampax!
Ik denk dat ik ook een pintje pak! Skol, mensen! Laat het ons smaken! Tot de volgende keer en hopelijk hebben jullie, naast de krulspelden en de zetpillen, iets opgestoken!
door GDB
[ link ] 19 reactanten
Vrijdag, 6 Juni 2008
Normaal
Normaal is het dus zo dat je dan thuiskomt, de muziek aanzet en je ogen sluit. Omgeven door Massive Attack, Zero 7 of Metallica in hun betere jaren. Met de bivakmuts, kogelvrij vest, helm en de betere wapens. Alle klootzakken op de wereld (en vooral de eikels die je persoonlijk kent in het bijzonder) afknallen.
Mooie acties. Plotseling opgeroepen en vol erin. De ene keer met laser, de andere keer uit de losse pols. Omdat je nu eenmaal zo’n goeie schutter bent. De deur met een knal open, naar binnen en afknallen. Oh nee. Een vuurgevecht! Nog beter. Je redt een paar collega’s en vervolgens schakel je de klootzak uit. Ja, dat is ‘m.
Daarna weer terug naar kantoor. Vlak voor einde werktijd. Omdat ik nogal plotseling werd opgehaald, was ik m’n sleutels vergeten. Dus ik kom binnen in dat arrestatieteamcommandokloffie. Iedereen met de mond open. “Wat is dit dan?” zouden ze vragen. “Ik kan niks zeggen. Kijk maar naar het acht-uur journaal. Ik kom m’n sleutels effe halen.”
Ja!! Die is goed. Een hittegolf van drie weken zou niet genoeg zijn om de bureaustoelen weer droog te krijgen.
Daarna naar huis. Om alweer de beste seks ter wereld te beleven. Want je bent zo’n echte man, een echte held.
Nou, dat is dus niet normaal.
Normaal is dat je als man continu aan seks denkt. Dat is normaal. Dus dat doe ik ook. Meestal. Maar soms zit er zo’n commandofantasie doorheen. Ik maak me verder geen zorgen, ieder z’n meug. Dus ook ik zal wel iets hebben.
Echt eng werd het vorige week. Toen dacht ik aan voetbal. Al die oefenwedstrijden, het aanstaande EK, opeens werd ik overmand en fantaseerde over voetbal.
Clarence heeft dus bedankt. Goed en veel gesproken met Marco. Voor de echte insiders was het geen verrassing. Op het allerlaatste moment werd ik toegevoegd aan de selectie.
Veel deed ik niet. Gewoon, een beetje op de bank zitten. Maar toen. Die halve finale. 1-1. Vier minuten te gaan. Verlenging? No way. Het elftal was kapot gespeeld. Eerst die moordende poule, daarna die andere wedstrijden. Marco ging voor een wonder. Dus ik kwam erin.
Orlando trapt van achteruit loepzuiver naar Ruud. Klaas Jan kan ook nog, maakt mij niet zoveel uit. Maar Orlando trapt. Klaas-Jan, danwel Ruud, kopt ‘m recht in m’n loop. Ik sta net in de zestien en met een buitenkantje lob ik ‘m erin. Wereldgoal. De finale daarna wordt dik gewonnen. Ik loop de hele wedstrijd uit, doe verder niks. Maar dat is niet nodig. De hele wereld weet dat ik mijn werk gedaan heb in die halve finale.
Als er afgefloten wordt, ren ik richting de tribune waar m’n kinderen geemotioneerd naar me zwaaien. Ze vallen huilend in de armen van m’n vriendin en ik weet dat ik die avond de beste seks ooit zal hebben.
Oh wacht. Dat gaat dus ook weer over seks. Ik ben wél normaal.
door Lennard
[ link ] vijftien reactanten
Dinsdag, 3 Juni 2008
Suck My Karma Sexy Kiss Midget
De weg naar de supermarkt leek anders. De straat was gevuld met een dichte, korrelige mist die door de straatverlichting een oranje gloed kreeg. Onder het lopen bestudeerde Marcel zijn voeten. Iets leek zijn passen te sturen, zodat ze steeds net iets naast de plek terecht kwamen waar ze hadden moeten komen. Een zachte druk duwde hem in de richting die hij ging. Het was alsof de straat een vreemde gedraaide bocht maakte om verderop schuin weg de mist in te lopen. Het voelde anders, maar tegelijkertijd zag hij dat het gewoon de straat was die hij altijd liep als hij naar de supermarkt moest. Hij rilde, schudde even met zijn hoofd om die rare gedachten kwijt te raken en kneep met een hand de kraag van zijn jas bij elkaar om de kou niet bij zijn keel te laten komen. Na een paar honderd meter zo door gelopen te hebben zag hij de supermarkt opdoemen uit de mist. Het grote raam naast de ingang wierp koud tl-licht de straat in. Als je er zo naar keek leek het wel de doorgang naar een andere wereld, zoals het zich aftekende in de verder vrijwel donkere straat. Het was een rare avond, dat stond vast, dacht Marcel en hij liep op de deur af, duwde hem open en stapte naar binnen.
Binnen heerste een stilte die werd benadrukt door het zachte gebrom van de diverse koelapparaten. Er was niemand, hij zag zelf Buran, de Turkse winkelier die normaal gesproken altijd wel ergens in de winkel te vinden was niet. Zonder er verder aandacht aan te besteden liep hij verder de winkel in naar het schap waar het bier stond, helemaal achterin. Halverwege tussen de ingang en het bier voelde hij ineens dat hij niet alleen was. Hij draaide zich instinctief om en keek in de bruine ogen van een jonge vrouw in een witte bikini. Ze zei niets en ook Marcel keek haar een paar seconden alleen maar aan. Toen verscheen er een glimlach op het gezicht van de jonge vrouw en ze opende haar mond
‘En?’
Marcel fronste zijn wenkbrauwen en het duurde weer een aantal seconden voordat hij begreep wat er gebeurde. Uiteindelijk wist hij hakkelend twee woorden te vinden,
‘Wat en?’
‘En, wat vind je van me? Beval ik je?’
‘Huh?’
‘Beval ik je? Vind je me leuk? Ben je blij dat ik het ben?’
Wie ze ook was, dacht Marcel, hij was blij dat zij het was. Het meisje die alleen een witte bikini op haar licht gebruinde huid droeg, zag er bijzonder smakelijk uit, dat was hem meteen al opgevallen. Lang bruin haar en alles er op en er aan.
‘Noem mij maar Mara’, zei ze en ze kwam twee stappen dichter bij hem staan, zodat hij haar warme adem op zijn gezicht voelde. ‘En jij heet Marcel, toch?’
‘Uhuh’, beaamde Marcel.
Ze kwam nog wat dichterbij hem staan, tegen hem aan. Hij voelde hoe ze haar volle borsten tegen zijn arm aan legde en hoe ze haar kruis tegen zijn dijbeen drukte. Door zijn broek heen voelde hij haar gezwollen schaamlippen zachtjes wijken. Ze keek hem geamusseerd aan.
‘Wil je me zoenen? Ik beloof je, het zal de beste en lekkerste kus zijn die je ooit hebt gehad.’
Hij keek even in haar ogen, die onschuldig terug blikte, en liet zijn blik toen afdwalen naar de volle en vochtige lippen die vlak bij de zijne waren. Hij zei niets en sloot zijn ogen. Hij voelde haar lippen op de zijne en zijn tong vond de hare. Hij liet zijn handen via haar middel afglijden naar haar heupen, waar ze haar stevig-zachte en ronde billen vonden en beetpakten. De zoen was sensationeel en leek eeuwig te duren. Stoppen kon niet meer. Hij voelde een warme gloed over zijn heupen en pik spoelen. Het maakte hem aan het duizelen, het was alsof haar mond overal was, hij voelde haar lippen aan zijn mond en tong zuigen en teglijkertijd ook leek het alsof haar heupen zijn pik in een zachte natte masage omvatten . Een draaikolk, een cycloon van lust en geil, ze veranderde in een grote zuigende, gulzige alles verslindende mond-kut die aan hem zoog en trok als een kolkende rivier. Hij verloor alle gevoel van plaats en ruimte. Had ze zijn benen om hem heen geslagen, was hij in haar, had hij nu zijn vinger in haar natte en dampende meisjes aars, was ze hem aan het pijpen, of was dit nog allemaal die zelfde zoen? Hij wist het niet meer, hij kon het niet zeggen. Het voelde alsof het allemaal tegelijk plaatsvond. En op dat moment voelde hij een hitte die uit de punten van zijn tenen en vinger kwam en die ook vanuit het uiterste puntje van zijn schedel naar beneden leek te stromen, naar zijn lendenen trekken. Het gevoel bereikte zijn kruis en hij voelde hoe zijn zak strak trok en zijn ballen, zijn hele ik, alles wat hij was, explodeerde in een orgasme. Een moment zag hij alleen maar wit licht, maar dat trok even later weg tot een witte bal die zich snel van hem verwijderde en in het niets verdween. En niets.
‘Vriendje, hee vriendje, gaat het? Gaat het wel met jou?’
Hij zat op de koude witte tegelvloer van de supermarkt. Gehurkt naast hem zat Buran, de eigenaar van de winkel. Hij keek Marcel bezorgd aan.
‘Gaat het vriendje? Moet ik een dokter bellen voor je? Gaat het wel?’
Hij moest slikken. Het duurde even voor hij besefte waar hij was en dat er een antwoord van hem verlangd werd. Hij keek naar Buran die hem nog steeds onderzoekend aan keek en nogmaals vroeg of het wel met hem ging.
‘Je snor beweegt niet als je praat, Buran. Alleen je onderkaak.’
Buran keek hem even onderzoekend aan.
‘Gaat het wel vriendje?’ herhaalde hij nogmaals en Marcel besefte dat het behoorlijk idioot moet hebben geklonken wat hij net zei.
‘Sorry. Ik kwam eigenlijk alleen bier kopen en..toen werd ik ineens wakker en zat ik hier...ik weet niet..ik..sorry..het is alleen dat ik...ik niet meer goed weet wat er gebeurd is en...’
‘Kun je opstaan? Kom, probeer even te staan..’
Hij ging staan en Buran hield hem bezorgd aan een arm vast. Hoewel nog een beetje wankel, voelde hij zich eigenlijk wel weer normaal.
‘Het gaat wel weer, ja..ik weet niet...ik ben waarschijnlijk flauw gevallen of zo..en ik...misschien moet ik maar eens naar de dokter of zo..’
Buran knikte ernstig en keek hem zwijgend aan, ‘Eet jij wel genoeg vlees? Je ziet er een beetje wit uit. Vlees is goed voor je, geeft je kracht. Je moet een biefstuk eten of zo.’
‘Ja ja, ik denk dat ik nu maar naar huis ga en even op bed ga liggen.’
En hij liep na Buran meerdere keren bedankt te hebben de winkel uit en ging naar huis.
Het was koud en zonnig de volgende dag. Als je de lucht tussen je vingers had kunnen nemen en heen en weer had kunnen wrijven had je gehoord dat die knisperde. Marcel stond op met een vreemd gevoel. Hij had de vreemde sensatie dat er iets in zijn lichaam ontbrak. Maar, dat was natuurlijk onzin, want hoe kan er nou iets aan je lichaam ontbreken, zonder dat je dat meteen zou weten. Het zou op z’n minst pijn doen. Toch niet helemaal overtuigd van zijn eigen redenering liep hij naar de spiegel in de badkamer. Hij schrok niet, maar toch ook wel. Hij keek naar zijn spiegelbeeld. Misschien verwonderde het hem eerder dan dat het hem angst aanjoeg. Bovendien, dacht hij, de eigen geest is soms de sluwste bedrieger. Wat hij zag was zijn spiegelbeeld, maar het stond verkeerd om. Hij zag zijn achterhoofd, de achterzijde van zijn nek en zijn rug. Als hij zijn hoofd naar links draaide zag hij vanuit zijn ooghoeken zijn gezicht over zijn rechter schouder de spiegel in blikken. Een tijdje stond hij daar zo naar zijn gedraaide spiegelbeeld te kijken, een minuut of tien, misschien een kwartier. Hij kneep zichzelf hard in zijn arm. Dat voelde hij. Hij werd niet wakker. Waarschijnlijk was hij het al. Genoeg van die spiegel, dacht hij en hij liep naar de woonkamer waar hij op de bank plofte. Dat was beter, als je toch alleen maar idiote dingen ziet als je in de spiegel kijkt, dan kun je er misschien maar beter niet in kijken. En zo is dat. Het enige dat ik vandaag nog ga doen is hier liggen en een beetje tv kijken met een lekker kopje thee en een koekje, van die lekkere van Verkade, ehm Digestive, zo heten ze. Ja, dat ga ik doen: tv kijken, thee drinken en koekjes eten.
Maar net toen hij op het punt stond om de tv aan te zetten, ging de telefoon.
‘Ja, hallo?’
‘Hallo, Marcel. Is alles goed met je? Ik heb het idee dat er iets met je aan de hand is. Heb ik gelijk of niet?’
Hij had geen idee wie er tegen hem praatte aan de andere kant van de lijn.
‘Wie bent u?’
‘Dat doet er niet echt veel toe, maar als je behoefte hebt aan een naam, dan mag je me Gatema noemen, Berend Gatema. Maar, luister Marcel, ik denk dat er iets met je gebeurd is en ik denk ook dat ik je kan helpen. Heb ik gelijk? Is er iets met je gebeurd? Ben je soms pas geleden gekust door de mooiste vrouw die je ooit hebt gezien? Is dat niet zo?’
‘Ja, ja. Tenminste, ik denk van wel ja...enne...ik zie mezelf niet meer eh, normaal in de spiegel. Als ik in de spiegel kijk, zie ik mijn achterhoofd..’
‘Dat klopt. Dat is een van de verschijnselen die er bij hoort. Ik moet je wel vertellen dat het alleen maar in je hoofd zo is, maar dat maakt voor jou geen verschil natuurlijk. De werkelijkheid en de waarheid zijn twee uiteinden van de zelfde cirkel.’
‘Huh..?’
‘Maakt niet uit. Zeg Marcel, ik kan je helpen. Kom over een uur naar stijger 15 achter het centraal station. Ik zal er op je wachten. ‘
Een uur later liep Marcel stijger 15 op. De zon schitterde op het water, grote gele treinen die achter hem over de sporen denderden lieten een diep gegrom horen. Op het einde van de stijger stond een klein mannetje in een paars pak met wijde pijpen. Hij droeg daaronder een geel overhemd met Amadeus-rouches. Het geheel werd gecomplementeerd door een grote slappe Panama hoed in de zelfde kleur als het pak op het hoofd van het mannetje.
‘Haha’, zei Marcel.
‘Ja, ik snap je reactie, maar ik heb me nog ingehouden. Je had pas raar opgekeken als hier een gnoe had gestaan die borrelnootjes uit zijn reet kon schieten..’
‘Ja, waarschijnlijk wel’, moest hij toegeven.
‘Luister’, zei het mannetje, ‘je moet in deze boot gaan zitten en naar de overkant varen. Dan zijn je problemen misschien niet voorbij, maar je snapt dan wel waar ze vandaan komen. Dan kun je weer verder met je leven en kun je weer gewoon je gezicht zien als je in de spiegel kijkt.’
‘Dus ik hoef alleen maar naar de overkant te roeien?’
‘Yup..’
‘En dan..’
‘En dan kun je weer gewoon verder met je leven. Je kunt mij vergeten, je kunt het meisje in de bikini vergeten, alles. Je bent dan weer helemaal de oude. Ik moet je echter wel waarschuwen; het is verder dan het lijkt.’
Marcel keek even naar de overkant. Zo ver was het niet. Hij pakte de roeispanen en zette zich op het bankje in het midden van het bootje.
‘Goede reis’, zei het mannetje.
‘Dat zal wel lukken’, antwoorde Marcel opgewekt.
‘Ongetwijfeld’ , zei het mannetje en hij draaide zich om en liep richting het centraal station. Marcel keek eens om. Helemaal niet ver...en hij begon te roeien.
door L*
[ link ] 31 reactanten
Vrijdag, 30 Mei 2008
Seksuele standen in de achttiende eeuw
En heden moet iedereen dood! Als deze wopper van een beginzin jou niet in dit verhaal trekt probeer ik iets anders. Zoals. Daar zijn. Seks en moord en doodslag. Bij voorbeeld: De kok spoot in de tompoes en kneep tegelijk in een andere poes. Waarna hij de nog levende forel de kop afkakte. Excuseert u mij: afhakte. Grappig, niet? Jaaaa haaa, beste lezers, ik schud het allemaal uit m’n eigenste vingerkloten. Koten, bedoel ik. Hallo, ik ben Steven Heisnot, lijdend aan literaire La Tourette and loving it.
Teneinde mijn literaire ambities kracht bij te zetten schrijf ik nog eens een verhaal. Het is een tijdje geleden. Ik ben namelijk een poos uit de running geweest. Vastgezeten in een instelling waar men niet vriendelijk met m’n genitale delen heeft omgesprongen. M’n zaadleiders schreeuwen het uit bij de herinnering. Groene stroom en zo. Moet er nog zand zijn? Of is het werkelijk nodig dat ik m’n verschroeide schaamstreek beschrijf? Ja? Stelletje perverten! Ik doe het niet. Niet! Ik spurt per direct naar m’n verhaal.
Op het einde van de achttiende eeuw leefde een heer. Zijn jonge heer was tamelijk elastisch en z’n schaap was groot. Tot ver in de wijde omgeving liepen de poezen heet. Dat dankte hij aan zijn enorm libido. Zijn seksueel vermogen was zo magnifiek dat vele dombodellen dachten dat z’n klootzak op stoom draaide. Stoom was in in die tijd.
We typen een dag, een willekeurig dag in het leven van de heer. De heer had een naam, dat was ik effie vergeten. Hij luisterde naar de naam Heer Zaad Dan Hersens. Op die dag draafde hij lustig op z’n uitgestrekte domein rond, gezeten op de rug van z’n paard. Heren van stand met een enorme flurk hadden toen geen kloten te doen, in die zin is dit verhaal universeel en nog zeer van toepassing de dag van vandaag (alleen hebben de rijke studs nu allemaal een Porsche of een Maserati onder hun geföhnde reten). Vermits hij alleen was, had hij z’n pofbroek (dik in de mode toen) uitgespeeld en had ie z’n naaimachien op de manen van z’n paard geworpen. Dat zou het paard de dag nadien voelen. Het zou wakker worden en bedenken: tiens, ik heb precies een stijve nek.
Jullie zullen denken: wat is me dat voor een kutverhaal. Jullie hebben ongelijk, de kut moet ik nog ten tonele voeren. En wel nu. Daar kwam een vrouw aan. Want ja, als je in die tijd een kut ontwaarde was het ook een echte kut. Hermafrodieten of shemales waren heel zeldzaam. Als je wel tieten mét lul vond dan op de kermis. Geen zoevende, slingerende bollen, lunaparken of schiettenten toen. Wel gebochelde hottentotten, lispelende baardvrouwen en krom kakkende koala’s. Wat een leuke tijd! Ik ben te laat geboren. Doch dit terzijde.
Een kut kwam hem te voet tegemoet. Het was een vrouw van boerse origine. Dat was van ver te merken. Zij droeg een voorschoot, klompen en haar tieten banjerden bijna uit haar raggen. Met genoegen maar vooral met z’n ogen zag Heer Zaad Dan Hersens dat de uitgestalde waren er zijn mochten. Yup, het was van dat. Z’n lul verhief zich met een zwiep die hem bijna uit het zadel mepte.
Het paard hield halt. Net voor de vrouw. Wat spannend! Wacht, ik ga m’n penis rap abschnjokken. Hoi! Daar ben ik weer. Heer Zaad Dan Hersens wipte gezwind uit het zadel en stond met verheven liefdeszwaard voor de vrouw. De vrouw wist niet wat ze zag. Zulk een gigantische penis! Haar ogen vielen bijkans uit haar kassen.
“Staart gij naar mijn edel deel, boerin?” vroeg je weet wel wie. “Vergeef mij, o heer. Ik heb nog nooit een paard met zo’n blinkende vacht gezien” mompelde de vrouw terwijl ze knielde.
Heer Zaad Dan Hersens zag dat het goed was: de onderdaan had reeds een geschikte positie ingenomen. Of wacht eens... Toch niet. In de achttiende eeuw was pijpen niet erg in de mode. Veel had de maken met de tandheelkunde. Die bestond nog niet. Iedereen liep rond met een mond waarin bacteriën vrij spel hadden. Rond levensjaar twintig of zo mocht je van geluk spreken dat je nog over de helft van je gebit beschikte. En dan pijpen? Dacht het niet.
“Staat u recht” gebood hij.
De vrouw ging staan, keek es goed naar de penis en zei: “Ja, wat mij betreft is hij recht, ja.”
Daar had Heer Zaad Dan Hersens niet van terug. Even stond hij aan de grond genageld. Wat later niet meer. Zo gaat dat in het leven. Alras, wat een prachtig woord is, wist hij weer wat te zeggen. Hij zei: “Ik heb de indruk dat gij een beetje doof zijt. Klopt dat?”
“Helemaal niet” zei zij “ik tracht humoristisch te wezen, heer. Ik stel mij voor dat u een vrij saai leven leidt en de kans tot lachen zich niet vaak aanbiedt.” Echt waar, deze en geen andere woorden verlieten de boerinnenmond.
“Waaruit leidt gij dat af, wijf?” riep Heer Zaad Dan Hersens terwijl z’n erectie zienderogen verslapte. Niets is minder sexy dan een intelligente kut.
“Wel, toen ik u in de verte op uw paard zag draven, dacht ik: wat moet die heer een saai leven leiden. Meer dan een gedachte is het niet. U moet er niet te zwaar aan tillen. Per slot van rekening ben ik slechts een boerinnetje met een simpel verstand die niets begrijpt van wat er zich afspeelt in de wereld.”
“Als er niets gebeurt, moet ik hem straks afspelen, ja...” mompelde Heer Zaad Dan Hersens. Beteuterd keek ie naar z’n fiere fluit. De eikel bloosde een weinig. Hij trok z’n handschoenen uit, grabbelde met beide handen z’n voorhuid vast en hopsakee! De heer begon z’n stengel van stand onbeschaamd te bespelen. “Komt u zelf eens kijken, vrouw, en neemt plaats naast mij” gebaarde hij met het hoofd dat hij het minst gebruikte “m’n eikel weerspiegelt zowel u als ik”
De vrouw posteerde zich naast hem. En inderdaad, daar zag zij zich weerspiegeld in de champignon van haar meester. “M’n haar!” riep zij in paniek uit “m’n haar ligt niet goed!” Als de wiedeweerga vluchtte zij weg in de richting van een hut.
“Verdomme, het is altijd wat met die wijven!” zuchtte Heer Zaad Dan Hersens. Toch volgde hij haar schoorvoetend. Hij had nu eenmaal zin in rampetampen. Als hier geen neuken van kwam zou hij gewoon z’n paard nemen. Dan zou een stijve nek wel het minste van het beest z’n zorgen zijn morgen, dacht de wellustige heer. Van pure lol schakelde hij over op een huppeldrafje.
Geil stormde hij de hut binnen. Daar was de boer z’n boerin aan het naaien. Op tafel. Tussen de soep en de patatten nota bene. Terwijl zeven koters aan het toekijken waren. Onderwijl riep de boer allerlei schunnige dingen, zoals: “Aaah, ge staat heet, gij slettebak! Aha, ge wilt ter plekke gepakt worden, natte scheur! Aaaaahaaaaa, ik wind u op terwijl ik een boterham met dikke, vette reuzel aan het eten ben!”
Heer Zaad Dan Hersens dacht na. Maar niet lang. Hij besloot de boer in de reet te buffelen. Hoewel hij in se geen homo was. Doch een gat is een gat, zei de boer, en hij kroop op z’n zwijn. Maar dan anders ha ha.
Afijn, de heer naderde en naderde voorzichtig. Maar toen. Toen! Allemachtig, hij kreeg een duidelijk zicht op de massale strontholverklontering in de boerenreet. Hier een flard kak van weken oud en daar een spetter die stonk als de beesten. Gelijk dook z’n snikkel richting enkels.
Het paard! Mensen, het paard van Heer Zaad Dan Hersens heeft het die dag moeten ontgelden! De ochtend daarna voelde het dier zich geradbraakt, gekielhaald, gevierendeeld en het leed tevens erg veel pijn. Eten ging moeilijk. De haver smaakte precies naar een mengeling van smegma, zaad en droge klaver.
En? Wat denken jullie? Zou ik nu weer naar de instelling moeten? Of ben ik goed om een tijdje los te lopen? Of te gek voor woorden? Ga toch neuken! Zaadpretzels!
door GDB
[ link ] 45 reactanten
| |
Sam Gerrits

Holle retoriek
"Zit je achter het meest nieuwe en hipste technologische apparaat van deze eeuw, kom je op een stukje internet over columns schrijven. En dat is nu exact wat ik zocht! Soms zoek je iets, en kan je het niet vinden. Maar nu wel! Ik zoek iets om mijn Nederlandse woordenschat in te verwerken. En dan zoek je, en zoek je, en dan VIND je!
Soms zoek je iets anders. En dan vind je het niet. Mannen, of vrouwen, pennen, papier, boeken, bekers of boodschappen, je vind het soms niet.
Maar nu heb ik het gevonden!
Groetjes Lieke"
(Lieke, Zelf een column schrijven)
"Daarom is bicat een lichtje, een vuurtoren voor de verloren lopende dolenden.
Want dat er velen op de dool. Een gevolg van zich onbestemd, zonder nuttig doel, afgevlakt en weinig bijzonder voelen maar misschien nog meer eengevolg van het vluchten voor deze zelfrealisatie, deze pijn van een ziel zonder importantie niet te hoeven voelen. En daar compensatie middelen voor zoeken en aangboden krijgen. Drugs, sex met dieren, sex met kinderen die geen leeftijd meer nodig schijnen te hebben, autorijden, schoeisel, weblogs, gangbangs, sport, wat al niet. Als het maar lijkt dat je vooral bezig bent. Al is het nietszeggend en immoreel, al is het bellenblazen met je mond dicht of een kraak zetten en minister zijn.
En dan is er bicat..aus blaue hinein zu uns gezogen, zonder eigenaren of aandeelhouders die stakingen uitlokken, zonder stompzinnig geleuter, nee, de magie van de fantasie, de fictie en de nederlandse taal aan de macht.
Een baken van troost, een zwoele geur vlak voor het slapen gaan, een enorme uitzinnige stapel draadjesvlees met dampende jus, een romance achter het frietkot, scooters en mobieltjes, vogels die hun eigen lied zingen, de eigen partituur kennen en geen regisseur of dirigent nodig hebben, de horror en thrill. Dat wat onbewust en ondergronds en ook van het leven zelf is. En niet wordt voorgeschreven door de krant, de tv, radio, politiek, banken en verzekeraars, speculanten die denken met 'de echte waarheid' om te gaan. Nee, ik ben geen echt schrijver maar wel groot fan van het schaarse bicat talent."
(Peter Novecento, Haagsche Post)
"Schuimbekkend van woede las ik de met een danige onverschilligheid
geschreven colums betreffend de holocaust en Auschwitz. De flarden teksten
vol schrijffouten en loze beweringen, getuigen van weinig historisch besef
maar vooral een respectloze attitude jegens miljoenen slachtoffers. Vandaar
mijn bijdrage met het verzoek de richtlijnen als opgesteld in de bijlage te
respecteren en in acht te nemen.
vr groet
dhr. Papen"
(Daniël Papen, via email)
"Diep geroerd, met geknepen stembanden, omvloerste oogleden, brandend maagzuur en kloppende roede (het is tenslotte 5
december) mocht ik uw fraaie stuk proza over mijn getroebleerde netvlies laten glijden...
De woorden vertalen zich moeiteloos in zielsetsende beelden.
Dank!"
(bromde Zielknijper, 5 december 2005)
"Geachte heer,
Mag ik u verzoeken het plaatje van de te jonge dame van uw site te verwijderen. Er zijn namelijk nog al wat mensen die dit niet lollig vinden. Diverse klaag e-mails over gehad. Mag ik u er op attenderen dat het hier om Kinderporno gaat en de wetgever daar meer dan 4 jaar gevangenisstraf op heeft gezet. Ik ga ervan uit dat het om een misvertstand gaat, als moderator.
Met vriendelijke groet.
Sociale Jeugd- en Zedenpolitie te Amsterdam
Commerciele zaken
020-5592585"
(i030142@planet.nl, 14 december 2004)
"Schitterend verwoord dat artikel over Clarence. Liep jaren met een missie, aan de voetballiefhebbers (niet de kenners) proberen uit te leggen dat Abe en Piet beter zijn dan het orakel uit betondorp. Was onbegonnen werk. Het klootjesvolk adoreert Ellen van Langen, Geesink en Rieu, en vinden mevrouw Blankers, Ruska en Roby lakatos maar niks, ze weten waarschijnlijk niet eens wie het zijn. Toen Keizer stopte heb ik jaren niet meer gekeken. Toen zag ik die Fin en een paar jaren later een Surinamer met een Nederlands paspoort (Had die Fin er ook maar een gehad). Ja en dan begint het heilige vuur weer te branden. Deze twee zijn tactisch en technisch het beste wat er op Nederlandse velden heeft rondgelopen (wat ik in mijn leven heb gezien). Keizer had niks met voetbal te maken, dat was ballet,kunst, en soms als het niet belangrijk was helemaal niks .En Abe ken ik van wat beelden, maar als je naar de verhalen over hem luistert hoef je de verteller maar in de ogen te kijken en herken je meteen de kenners uit die tijd."
(via mail, 23 oktober 2005)
"pedante snikkels, komen kut te kort. Webloggen is niet voor mietjes maar ook niet voor stoere geile binken, webloggen is namelijk een fenomeen, een spookbeeld voor blinden die zich vergapen aan de wijde wereld van het internet om zichzelf te ontmoeten, een monologue interieur te voeren en dan de echo terughoren, het internet dat een wonder is wat een dom irrationeel fenomeen is. Echt iets voor pedante snikkels en kale kutten die niet neuken maar wel in elkaars nek willen hijgen en tijd teveel hebben. Ik zou er helemaal niet aan beginnen en beroemd en rijk ben ik al, zegt het liefje. Ik heb de grootste en zij heeft de lekkerste en we verdoen de tijd liever in elkaar verstrengeld dan te vergooien op zo’n vervuilde weblogmarkt. Mot je alweer email beantwoorden enzo, in je vrije tijd, be je gek. Opzoute, stik dur maar in, Goossens, kijk maar uit dat ze niet vreemdgaan terwijl jij al die poen verdient, sneue wolf, ouwe rukker, voordat je het in de gaten hebt sta je een verschrikkelijk stinkend goedje op je scrotum te smeren terwijl je staat te huilen omdat je zo belazerd bent terwijl je het alleen maar goed bedoeld, voor ons allebei schatje, weetje, heerlijk met vakantie strax, saampjes, maar vanavond moet ik werken snappie, centjes verdienen mot pappie, kijk niet zo beteuterd, je wilt helemal niet naar de Lidl, je wilt daar nooit gezien worden zei je, nou dan. Nou tot strax dan, he ?"
(nove, 12 oktober 2005)
"Bicat.net, dat is toch die achterlijke webstek voor rukkende, boerende en altijd bezopen kerels? Dat zielige pathetische zooitje ongeregeldheden dat uitgebraakte hersenkwak probeert te verkopen als prozadrek? Natte winden, dikke drollen, kleverige onduidelijkheden? Slurptrekkende draaigorgels,
voorhuidjogging avant la lettre en berensgrote buikglijers?"
(Jeremias Schubbenrug, in Nova, 4 oktober 2005)
Reageerziekte
"Op een vrolijke dag toen ik aan mijn, voor al 11 jaar, allerbeste vriendin de liefde heb verklaard en binnen luttele seconden de meest euforische gevoelens door mijn ziel heen flitsten typte een verslag van school begon k te typen en dit kwam tevoorschijn op het samengeperste hoopje uitwerpselen wat ik beschouw als mijn laptop, want zoals velen het niet slecht zou doen als zij dit beseften is bezit enkel een illusie.
Conclusie & nawoord
Niet alleen symbolen hebben invloed op ons doen en denken, de manier waarop ieder mens zichzelf ziet en andere zegt meer over die persoon dan over anderen. Elk mens gaat zijn eigen weg, en het is jammer dat er uit commerciële geldzucht zoveel miscommunicatie ontstaat tussen mensen. Welk mens is beter, het mens dat genadeloos elke, in zijn ogen misdadiger, ritueel vermoord, of die mens die de opdracht geeft om onbewuste signalen stuurt via reclamespotjes en zo het materialisme hoger prijst dan het gevoel om bewust van jezelf en je daden te zijn? Draait het dan uiteindelijk allemaal om geld?
De een vermoord mensen die hun hele leven anderen pijn doen, en de ander roept het gevoel op dat er niets beter is dan nike schoenen in combinatie met een stoere jack met een bontkraag, dat gedoe met die bontkragen id volgens mijn theorie gebaseerd op het paringsgedrag van leeuwen, hoe groter en mooier de manen, des te meer aanzien ze hebben en kans op leiderschap en hoe meer kans ze hebben dat hun genen worden doorgegeven ;).
Door niet te realiseren waar je mee bezig bent, of niet wie, maar wát je eigenlijk bent, ontstaat er miscommunicatie en disharmonie in de maatschappij. Opgaan in de massa kan leiden tot afgunst en afkeer van het geloof in jezelf en in anderen.
En ik wens hierbij balkenende en zijn hele tweede kamer heel veel succes met het oplossen van de “problemen” hier in Nederland, want zo schieten we geen reet op.
Oja, en een gelukkig Nieuwjaar!
Zondag 7 januari 2007, Frank Hooijer"
(Frank Hooijer, 7 Januari 2007)
"Ik had het allemaal al wel eens meegemaakt en niets was mij te dol geweest: eonisme, vice anglais, flaggelatie, ja zelfs koprofagie. Ik was dan ook met graagte ingegaan op de omineus-priapische woorden en lubrieke blikken die "Ellen" tijdens ons gezamelijk consumeren eerder die avond op mij had gericht. Toen we, media nox, eenmaal in haar slaapkamer waren aangekomen, gaf zij steeds minder blijk van doorgaans aan haar toegeschreven mesquinerie. Integendeel,loodzwaar en onvermijdelijk hing het veile sneukelen in de lucht. Binnen no time was de vloer dan ook bezaaid met exuvieën en toonde zij mij haar zinnenprikkelende Junonische leest. Na intiem pidjetten en enige orogenitale schermutselingen (waarbij brod noch javelijn werd ontzien),sloegen wij serieus aan het procreëren. Cunnus en Curacaoënaar leken
welhaast voor elkaar geschapen. Hoewel haar defloratie al enige tijd terug had plaatsgevonden, pandoerden wij als nooit tevoren, daarmee verschillende tenesmen bewerkstelligend. Het is maar goed dat haar echtgenoot van deze sluikmin nooit wat heeft gemerkt..."
(TiTo, mei 2006)
"Schrijf eens over vrouwen en hun plek of plaats in de allesverterende zakenoorlogen.
Want als er stereotype mannen met diep verborgen schaamtegevoelens over hun potentie problemen en erectiestoornis (taboe naturlijk) dan is dat manifest in hun 'vlucht vooruit' in de freudiaanse wapencultuur. Elke geweerloop, elke zwaardere tank is een gestileerd erectiel apparaat vol dodelijke munitie opgepomnt met miljoenen kogels in een spurt naar het doel wat als lustsymboliek een 'lilith' in een duizelige extase zou moeten brengen want zo 'is de kracht van het leger'. Stoere mannen die eerst de vrouwen opgeilen, dan met hun duwtje in de rug erop los gaan om 'de vijand te onthoofden'. Ik als watje moet altijd vreselijk lachen om die serieuze gezichten die de mannen politici en militairen bij hun gepiep, gezeur en gezeik en hun broodnodige verklaringen trekken.
U, als warmbloedige heterovrouw zal zich wezenloos kunnen uitleven 'tussen de hitsige Jantjes'.
Ik stel voor dat u zich een voorstelling maakt over de gang van zaken in de nachten op zo'n nomadenkamp met satellietvererbindingen in de maanloze nachten van de nieuwe woestijnen die worden ontgonnen, namens u en mij, natuurlijk, vanzelf, juist, nee, uiteraard.
Het mag ook wel een andere uiterst vervelende erectiestoornis gaan, de ejaculatie praecox.
Dat gaat dan vast over de linkse oppositie, denk ik dan, kunt u het fijn neutraal houden.
U bent toch op alle kaasmarkten thuis, hard op weg om zich te bekwamen in een genre waar sex met hoofdletters geschreven moet worden. Vooral de sex benadrukken, Lilith. Veel gore geile, harde, wrede sexscenes, met blinddoeken, kidnap, politiehandboeien, touwen en katrollen, gedwongen masturbatie tussen mannen, tussen vrouwen, scarring en kaalscheren en tot huilens toe dat gepomp met dildo's en dat monotone gezoem van vibratoren sfeervol brengen. Vooral geluiden en kleuren beschrijven, daar ben ik gek op."
(Peter Novecento)
"Is er iemand in de zaal die nog wil doneren aan een zielige arme homosexueuele neger met een onbeschrijflijke ziekte zwaargelovig te dom om te leren of te schijten die bovendien een oog mist en denkt dat de duivel soep in een blik stopt want hoe komt het er anders in en tegelijkertijd vreselijk gebukt gaat onder de laatste Tsunami of de vrees daarvoor want zijn geitenoog gaf vanmorgen onheil aan? Of anderszins zijn hypocriete tot op het bot zwarte geweten schoon wil kopen voor een luchtig schijntje of nóg liever zichzelf onsterfelijk wil maken over het lijk van een ander? Nee? Eénmaal? Andermaal? OK, dan ben ik ook pleite en met Marnix mee naar dat gruwelijk dure restaurant. Bovendien is het al na zessen en sta ik in de baas z'n tijd de wereld te redden en zo heb de cao dat nooit bedoeld. Howdoe en de mazzel. "
(Hein Buffelruft, 28 dec 2005)
"De liefde is groots, ze breekt zonder haar gebit te gebruiken door elke granieten kop heen, verzwakt de wil en maakt elke stoere kerel tot een week omhulsel, een schaduw van zichzelf, een brabbelend luierkind, elke vent verandert van binnenuit en geweldloos door haar rijke zegeningen. Je krijgt een rijpe korstkaas als huid en een hart van vloeibaar goud. Verpletterend is ze en zij, de liefde, de warme zomerse, niet de winterharde en verbitterde tak dus, zit nog steeds vol met geheimen waar niemand de sleutel van kan vinden. Mysterieus is ze, als de ondergrondse geheimzinnige dictatuur van wereldwijde, alomvattende bekabeling waarlangs dagelijks kilometers gecodeerde data tussen de continenten flitsen. De liefde is een tectonishe plaat die schuurt en krast en gangen boort voor lavastromen van vleselijkheid en voedzame sappen die op geen enkele dieet mag ontbreken. Daarom is ze schaars.
Tot slot..we heben allemaal een gat van onderen, onthou dat. "
(Nove, relatietherapeut, 3 dec 2005)
"Thanks!
Voor de eerlijke en ijskoude bieren vooraf om de ergste dorst te lessen na een lange en vermoeiende reis. En de Champage daarna in gelukkig niet van die zuinige hoeveelheden maar gewoon ruim bemeten pullen.
Dank ook voor de wonderschone oester die in zijn natuurlijke habitat beschermd en koel lag te wezen toegedekt met een warme dekentje bosui-liefde en een tikje Tabasco-ondeugd onder die deken.
Dank voor de kleinste en schattigste St. Jacobsoesters die ik proefde in Balsamicostroop. Eerbied voor de kort aangebrade en met ontbijtkoek gestoofde kwartel. Ik proefde een tint Orange Marmalade hoewel je zei dat het er niet in zat. Ik hou het erop dat de chefkok zijn geheimen heeft en, hoe hooggeëerd zijn publiek ook mag zijn, ál zijn details zullen ze nooit te horen krijgen.
Met liefde deed ik mijn sommeliertaken en het ‘kut-sommelier’ omdat ik de glazen niet tot de nok vulde, neem ik op de koop toe.
Onder de indruk was ik van je tzatziki met shrimp en rode grapefruit. Zoet en zuur zoals Bitter & Sweet zoals het leven zelf zoals harmonie zo mooi kan zijn.
Ook onder de indruk was ik van je zeewolf met tomatenchutney. Een rode knipoog op een licht in de boter aangezet visje zoals de boter bij de vis behoort te zijn.
Je bewees jezelf door met het produkt mee te koken en de zeeduivel vochtig te houden en over te laten lopen in het bedje van zuurkool omrand door koele en volle crême fraiche en slechts gestopt door mosterd. Het zal mijn gebrek aan woordenschat zijn geweest deze poëtische beleving van samenstelling aan mijn disgenoot heer Visser uit te leggen, aan de wijn waarin het beestje zwom heeft het niet gelegen.
Emotioneel werd ik bij het aangezicht van mijn vrouw in jouw open keuken, verliefd op de chefkok die zijn konijntje aan de haak had geslagen. Uit het konijnengezin weggetrokken, de zuigelingen achtergelaten en deskundig ontdaan van fluffy flaporen en prachtig gevild en daarna één minuutje aangebraden in de volle boter. Ach, je zei het nog, ‘nog even in de oven en gekeken hoe lang’ in antwoord op de vraag hóe lang dan, zoals Sebastiaan Bach ook vindt dat de piano zichzelf speelt. U zij geprezen met bijzondere gaven, maar het zal mijn eenvoudige ziel zijn die het zo ziet.
De ingekookte fond een tikje gezoet nog niet eens meegerekend evenals de witte bonen-truffelpuree en rode kool met vijgen die in een restaurant van naam de kaart had kunnen aanvoeren.
Jammer dat je er niet bij was met de kaas. Het zal de tol van de roem zijn geweest of de spanning van het koken op zulk een hoog nivo. Het siert de man die ook gewoon maar een mens van Vleesch & Bloed is gebleven. Het was uit de kunst hoe wij genoten van een walnoot uit Frankrijk gekraakt op de wals van braakgeluiden die wij van boven hoorden komen. Waarschijnlijk was je druk doende in de homard-naire.
Het dessert ben ik kwijt evenals het betoog dat ik hield, maar dat was ik toen al kwijt. Het betoog hou je van mij tegoed. Ik zal het je vertellen als ik de liefde verklaar aan mijn vrouw zoals jij gisteren de keuken in het algemeen en ons in het bijzonder de liefde verklaarde. "
(Kiers de Maison, 27 november 2005)
"Ach, heer bicat, nu we het over eten en drinken hebben. Ik kan u te allen tijde aanraden, maar toch vooral in de herfst, van de ganzenlever te proeven. Zoekt u daarbij een zo eenvoudig mogelijk bewerkte ganzenlever, dus geen paté, niets met geconfijte uien of anderszins toevoegingen.
U wilt ganzenlever proeven die met de hand is schoongemaakt door een oud boerenvrouwtje die hooguit peper, zout en wat cognac toevoegde en daarna op 70 graden in de oven met de deur op een kier de lever zachtjes liet warm worden. Niet smelten, want dan scheidt het vet van de lever en bent u uw produkt kwijt. Nee, u wilt de lever verwarmen zodat lever, peprer, zout en cognac een geheel gaan vormen. Dat wat u wilt proeven is de waarheid en niets anders dan de waarheid.
Slaat u overigens wel in grote hoeveelheden in, niets zo erg als aan het einde te moeten constateren dat u nog wel wat had gelust. Nee, met veel dingen is het zo dat we nèt even meer moeten eten dan ons lief is. Nèt dat decadente punt van overdaad aantikken.
Schenkt u daarbij een Gewürztraminer en bij voorkeur hoe ouder hoe beter en liever nog een Grand Cru dan een gewone. Maar als u dan toch uit wilt pakken dan komt u niet heen om de Tokay Pinot Gris.
Daarbij geserveerd met warm en geroosterd brioche brood."
(Harrie Stamper, 23 oktober 2005)
"Of die klassieke Suske & Wiske (het was nummer 78 als ik het goed heb): De Kakkende Kakkerlakken, die aflevering waarin Tante Sidonia in haar keuken te maken heeft met een steeds groter wordende populatie kakkerlakken, die voortdurend alles onderschijten, niet in de laatste plaats de biefstuk met friet die Tante speciaal voor Lambik had gebakken, tot grote woede van onze favoriete zeshaarder, die gelijk een spuitbus pakt en erop los begint te spuiten, dit tot groot enthousiasme van zowel Suske als Wiske, die duchtig beginnen mee te spuiten (we hebben het hier duidelijk over de periode waarin Suske en Wiske nog net zo milieubewust waren als George W. Bush die zijn privejet vanuit Kyoto liet terugvliegen naar zijn range in Texas omdat ie z'n favoriete cowboy-hoed was vergeten), maar in de spuitbus van Lambik blijkt een goedje te zitten dat er voor zorgt dat de kakkerlakken de volgende dag het formaat van een jong paard hebben (professor Barabas had een lege spuitbus gebruikt om zijn nieuwe groei-middel te testen en vergeetachtig als hij was, had hij het bij Tanta Sidonia laten liggen, puur uit teleustelling, want ook na gebruik van het groeimiddel had Tante Sidonia de professor uitgelachen toen hij zijn broek naar beneden deed), afijn, nu de kakkerlakken gegroeid zijn, schijten ze nog harder met als gevolg dat tante Sidonia, Lambik, Suske en Wiske hun huis worden uitgescheten, waarna ze Jerommeke erbij halen, wiens enige bijdrage een ENORME scheet is, gelukkig komt professor Barabas eraan met een grote smile op z'n mombakkes en een nog grotere bobbel in de broek die, zo zal even later blijken, amper in staat is de steeds groter wordende penis van Barabas te verhullen met als gevolg dat Tante Sidonia, gek van geilheid, zich op professor Barabas stort die vrijwel onmiddellijk klaarkomt en bovenop een van de reuzekakkerlakken kwakt die dan weer vrijwel onmiddelijk in elkaar krimpt en in het niets oplost, waarna ook Lambik en Suske en Jerommeke hun apparaat bewerken met het groeimiddel, zodat ze de volgende dag, onder de stimulerende leiding van Tante Sidonia en Wiske, de kakkerlakken dood masturberen. Knipoog Wiske. Einde."
(Max J. Molovich, 23 Augustus 2005)
"De vergelijking ‘vleesetend’ en ‘vrouw’ is een natte wensdroom. Het is veelbetekende symboliek dat er aan vegetarische mutaties man/vrouw/ hermafrodiet wordt gewerkt door de wetenschappelijke elite. Weten zij soms meer? Staat ons Armageddon te wachten ? De finale segregratie, het schisma van de sexen en de ondergang van hun zondige sexueel verkeer als geheime wapen om de wereldbevolking eindelijk zonder oorlogen te kunnen reguleren ? Reincarneren in een plantaardig bestaan in een potje aarde van robotformaties die miljoenen grijze racks van vruchtdragende en geurige planten produceren onder uiterst secure en berekende condities , zonder vrij zon of maanlicht, zonder zicht of gehoor, zonder tastzin, zonder geluid van wind en zee."
(nove, 6 Juni 2005) Zelfbeschouwing
"Een man van middelbare leeftijd, beet je te dik, beetje te morsig. Baardje of sik wellicht. En witte schilfertjes sieren zijn gelaat. Hij rookt en hij drinkt, maar in tegenstelling tot wat hij ons graag wil doen geloven, niet teveel. Hij is een ambtenaar, schaaltje 9. verder een liefhebbende vader die zijn frustratie over het uitblijvende en waarschijnlijk nooit meer komende grootse leven heeft verruild voor een soort van komisch cynisme. Hij neemt het niemand kwalijk behalve misschien soms zichzelf, maar dan alleen na een Westmalle Tripel te veel. Hartstochtelijk supporter van NAC of een andere club ten zuiden van de grote rivieren, want dat hij een Brabander is moet haast wel. Zo stel ik mij Kiers voor, maar wellicht is het wel gewoon die homofiele Indo die bij Serudang de lege borden ophaalt..who knows.."
(Andy Möller, Gelsenkirchen)
"Het is vast een meteroloog, een weermenneke met een gesmoorde sexualiteit, eentje met een enorm taboe. Een vrijgezelle biologieleraar met verlatingsangst kan ook. Zo'n eenzaam type die nog steeds bij zijn moeder woont en al jaren lesgeeft in het basisonderwijs. Zo'n anonieme 13 inhetdozijnman die spaarzaam leeft, de piepers schilt en de afwas doet, zo eentje die op de middagwandeling met het hondje van moeders vanachter de krant bij een speeltuin of in het park naar stoeiende of voetballende jochies kijkt en de pijn verzwijgt. Een masochist die het taboe koestert.
Zo'n kleffe smeerlap van een potentiele serieverkrachter met banden in een hechte kerkgemeenschap waarop moeders zo trots is omdat hij naast het lesgeven ook nog als hobby het locale knapenkoor dirigeert. Zo eentje die maar beter melancholieke verhaaltjes moet blijven schrijven.
"
(Nove, 22/11/2005)
"Ach ja, leuk, schrijvers.
Beetje zo in je donkere hol aan de wereld knagen. Puur verongelijkt verdedigen van een door mede niet-aanwezigen geschapen superieure schertswereld. Lurken aan je pijp. Pijpen aan je lurk. Woorden in langgerekte nadenkzinnen omzetten. Protserige taalvlekjes. Huilerige holheden. Fletse vondsten. Massieve monomane monsters. Een zielige berg toevoegingen aan de duistere put die al veel te lang overstroomt door de gemankeerde bijdragen van nerveus krabbelende geesten met een ongepast gevoel van eeuwigheid.
Die sfeer.
Geef mij maar parkeerwachten.
"
(Marnix, 21/11/2005)
|
|
|